Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:82
2019-01-22
Strafrecht
17/06001
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:82 → ECLI:NL:GHARL:2017:10765 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:82 → ECLI:NL:PHR:2018:1316
Inhoudsindicatie
Eenvoudige belediging ambtenaar t.z.v. rechtmatige uitoefening van zijn bediening, art. 266.1 jo. 267.2 Sr. Verschillende klachten m.b.t. strafmotivering; o.m. t.a.v. art. 63 Sr, LOVS-oriëntatiepunten, art. 359.5 en art. 359.6 Sv en “verbazingscriterium”. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2022:1114 Parket bij de Hoge Raad 29-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2020:146 Parket bij de Hoge Raad 03-03-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (1.462 tekens)
22 januari 2019
Strafkamer
nr. S 17/06001
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 5 december 2017, nummer 21/000585-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] (Somalië) in het jaar 1991.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W. Hendrickx, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 januari 2019.
Strafkamer
nr. S 17/06001
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 5 december 2017, nummer 21/000585-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] (Somalië) in het jaar 1991.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W. Hendrickx, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 januari 2019.