Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:667

2019-04-23 Strafrecht 18/02770
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-04-23
Publicatiedatum
2019-04-23
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
18/02770
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/599

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Heimelijk overpompen naar tankauto van deel van lading van tankschepen die minerale olie vervoeren. Medeplegen verduistering in dienstbetrekking, valsheid in geschrift en opzettelijke overtreding van voorschrift gesteld bij art. 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Middelen over 1. uos t.a.v. valsheid en 2. bewijs dat sprake is van een “vergunningplichtige inrichting”. HR: art. 81.1 RO. Samenhang tussen 18/00512, 18/01195, 18/01238, 18/02767 en 18/02770.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.421 tekens)
23 april 2019
Strafkamer
nr. S 18/02770
ABO


Hoge Raad der Nederlanden





Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 november 2017, nummer 22/002627-16, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.M. Peeperkorn, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink enA.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2019.