Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:596

2019-04-16 Strafrecht 17/02086
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-04-16
Publicatiedatum
2019-04-15
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/02086
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/546

Inhoudsindicatie

Poging doodslag door op oudjaarsavond in bar in Doetinchem met kapot geslagen glas tegen oor en hals van ander te slaan, art. 287 Sr. 1. Is verdachte op camerabeelden en foto's weergegeven man met geblokt shirt? 2. Uos t.a.v. betrouwbaarheid van herkenningen van verbalisanten. 3. Begrijpelijkheid van ’s Hofs oordeel dat voorbij wordt gegaan aan conclusies en aanbevelingen in NFI-rapport van deskundige. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.371 tekens)
16 april 2019
nr. S 17/02086


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 14 april 2017, nummer 21/003822-15, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991.




1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president
W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2019.