Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:468
2019-04-02
Strafrecht
17/01065
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:468 → ECLI:NL:GHSHE:2017:2162 niet ontvankelijk
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:468 → ECLI:NL:PHR:2019:317
Inhoudsindicatie
Brandstichting te Teteringen, met gemeen gevaar voor goederen, art. 157.1 Sr. Bewijsklacht. HR: art. 80a, met schriftelijk standpunt AG. Samenhang tussen 17/01243 en 17/01065.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:PHR:2026:105 Parket bij de Hoge Raad 27-01-2026
- ECLI:NL:PHR:2023:1195 Parket bij de Hoge Raad 14-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1023 Parket bij de Hoge Raad 14-11-2023
- ECLI:NL:PHR:2019:1316 Parket bij de Hoge Raad 17-12-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1315 Parket bij de Hoge Raad 17-12-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.772 tekens)
2 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/01065
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 februari 2017, nummer 20/002358-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureu-rGeneraal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2019.
Strafkamer
nr. S 17/01065
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 februari 2017, nummer 20/002358-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureu-rGeneraal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2019.