Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:460

2019-04-02 Strafrecht 17/02082
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-04-02
Publicatiedatum
2019-03-28
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/02082
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/474

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94 Sv. Klachten over o.m. het niet verstrekken van stukken in de beklagprocedure en de begrijpelijkheid van het oordeel van de Rb dat het belang van Sv zich verzet tegen teruggave van de in beslaggenomen goederen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang tussen 17/02082 en 17/05677.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.481 tekens)
2 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/02082 B
AKA

Hoge Raad der Nederlanden


Beschikking



op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 10 april 2017, nummer RK 17-000779, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:



[klaagster]
, geboren op [geboortedatum] 1972.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2019.