Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:432

2019-03-26 Strafrecht 18/02175
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-03-26
Publicatiedatum
2019-03-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/02175
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/440

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen diefstal met geweld van geld en sieraden (art. 312 Sr) en medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282 Sr) door 88-jarige man in zijn woning meermalen met de vuist met kracht in het gezicht te slaan en hem door een vuurwapen in zijn rug te duwen te dwingen de trap op te lopen en hem in zijn slaapkamer op bed te zetten, een deken over zijn hoofd te leggen en zijn polsen en benen vast te binden. Klacht dat Hof in strijd met art. 341.3 Sv verklaring van medeverdachte voor het bewijs heeft gebezigd. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.347 tekens)
26 maart 2019
Strafkamer
nr. S 18/02175

Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 mei 2018, nummer 20/000548-17, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.




1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.





2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.




3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 maart 2019.