Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:318

2019-03-08 Civiel recht 18/00134
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-03-08
Publicatiedatum
2019-03-06
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/00134
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/301

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Aanbieder van kippenbotjes heeft overeenkomst gesloten met de verwerker van botjes tot beendermeel. Aanbieder levert geen kippenbotjes meer aan. Verwerker vordert nakoming. Aanbieder verweert zich met de stelling dat de overeenkomst alleen was gesloten met het oog op erkenning van de Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voor de verwerking. Nadat aanvraag tot erkenning is mislukt, zet de verwerker de nakomingsvordering om in een eis tot vervangende schadevergoeding. Het hof oordeelt dat omstandigheden (besluit NVWA) van na het vonnis niet leiden tot ontbinding van de overeenkomst en veroordeelt aanbieder tot betaling van schadevergoeding. Klachten van aanbieder over verwerping van een beroep op de redelijkheid en billijkheid en over verwerping van zijn stelling dat buitengerechtelijke ontbinding in de weg staat aan toewijzing van vervangende schadevergoeding. Samenhang met 18/03788.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.616 tekens)
8 maart 2019
Eerste Kamer
18/00134
TT/MD

Hoge Raad der Nederlanden
Arrest

in de zaak van:



[eiseres] ,gevestigd te [plaats] ,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,



t e g e n




[verweerster] ,gevestigd te [plaats] ,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaten: mr. A.C. van Schaick en mr. N.E. Groeneveld-Tijssens.



Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster] .





1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/05/264835/HA ZA 14-293 van de rechtbank Gelderland van 23 juli 2014 en 24 december 2014;
b. de arresten in de zaak 200.164.331 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 april 2015 en 10 oktober 2017.
Het arrest van het hof van 10 oktober 2017 is aan dit arrest gehecht.




2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 10 oktober 2017 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiseres] mede door mr. R.R. Oudijk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.





3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.




4Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.



Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 8 maart 2019.