Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:31

2019-01-15 Strafrecht 18/03641
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-01-15
Publicatiedatum
2019-01-10
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/03641
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/174

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Nederlandse nationaliteit) naar Zwitserland t.z.v. moord en diefstal met geweld. Beroep op kennelijke onschuld op de grond dat opgeëiste persoon in desbetreffende periode werd behandeld in ziekenhuis in Servië. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.558 tekens)
15 januari 2019
Strafkamer
nr. S 18/03641 U
ABO


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest




op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam, zittingsplaats Dordrecht, van 8 augustus 2018, nummer
UTL-1-2018014327, op een verzoek van de Zwitserse Bondsstaat tot uitlevering van:



[de opgeëiste persoon]
, geboren te [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië) op [geboortedatum] 1979.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het middel


Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 januari 2019.