Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:267
2019-02-22
Civiel recht; Verbintenissenrecht
18/00558
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:267 → ECLI:NL:GHSHE:2017:4799 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:267 → ECLI:NL:PHR:2019:124 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Beleggingsadvies. Verhouding tussen de privaatrechtelijke zorgplicht en die van de Wft (ingevolge MiFID-Richtlijn 2004/39/EG). 'Ken-uw-klant' toereikend? Bewijsaanbod. Bezwaar tegen bij pleidooi overgelegde stukken niet behandeld?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (10)
- ECLI:NL:PHR:2020:810 Parket bij de Hoge Raad 18-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:716 Parket bij de Hoge Raad 21-06-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:329 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:329 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:330 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:332 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:331 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:331 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:330 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:332 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (2.664 tekens)
22 februari 2019
Eerste Kamer
18/00558
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres] , voorheen genaamd [eiseres] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,
t e g e n
1. [verweerder 1] ,wonende te [woonplaats] ,
2. [verweerder 2] ,wonende te [woonplaats] ,
in hun hoedanigheid van erfgenamen van [erflater] ,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerders] .
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/02/256719/HA ZA 12-771 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 maart 2013, 3 juli 2013, en 17 juni 2015;
b. het arrest in de zaak 200.181.594/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 november 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerders] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiseres] mede door mr. M.E. Loomeyer en voor [verweerders] mede door mr. P.J. Tanja.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 22 februari 2019.
Eerste Kamer
18/00558
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres] , voorheen genaamd [eiseres] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,
t e g e n
1. [verweerder 1] ,wonende te [woonplaats] ,
2. [verweerder 2] ,wonende te [woonplaats] ,
in hun hoedanigheid van erfgenamen van [erflater] ,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerders] .
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/02/256719/HA ZA 12-771 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 maart 2013, 3 juli 2013, en 17 juni 2015;
b. het arrest in de zaak 200.181.594/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 november 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerders] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiseres] mede door mr. M.E. Loomeyer en voor [verweerders] mede door mr. P.J. Tanja.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 22 februari 2019.