Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:219

2019-02-12 Strafrecht 17/05043
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-02-12
Publicatiedatum
2019-02-12
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/05043
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/280

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen verstrekken en aanwezig hebben van hennep. Methode van eenvoudige kasopstelling en abstracte voordeelsberekening m.b.t. hennep. 1. Uos dat contante stortingen van vóór 4-9-2012 niet mogen worden meegenomen in eenvoudige kasopstelling. 2. Motiveringsklachten schatting w.v.v. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/05075 P.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.557 tekens)
12 februari 2019
Strafkamer
nr. S 17/05043 P
AKA



Hoge Raad der Nederlanden




Arrest



op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 11 oktober 2017, nummer 23/001686-15, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:



[betrokkene]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.





2Beoordeling van de middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2019.