Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:2002

2019-12-20 Bestuursrecht; Belastingrecht 19/01787
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-12-20
Publicatiedatum
2019-12-18
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/01787
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2020/26 | V-N 2020/4.15.3 | NTFR 2020/28 | FutD 2019-3349 | Viditax (FutD) 2019122013

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (4)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.773 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


BELASTINGKAMER



Nummer 19/01787

Datum 20 december 2019



ARREST



in de zaak van



[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)


tegen


de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN


op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 26 februari 2019, nr. 18/00178, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 16/4071) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.




1Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij één middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.




2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2019.