Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:20
2019-01-08
Strafrecht
17/02357
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:20 → ECLI:NL:GHDHA:2017:1182 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:20 → ECLI:NL:PHR:2018:1261 gevolgd
Inhoudsindicatie
Diefstal door scheermesjes weg te nemen uit winkel, art. 310 Sr. Dubbel verstek. Hof heeft verdachte (Roemeense nationaliteit) n-o verklaard in zijn h.b. omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv. Is inleidende dagvaarding zowel in Nederlandse taal als ex art. 260.5 Sv in Roemeense taal i.p. aan verdachte uitgereikt? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2019:836 Parket bij de Hoge Raad 27-08-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:835 Parket bij de Hoge Raad 27-08-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.390 tekens)
8 januari 2019
Strafkamer
nr. S 17/02357
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 april 2017, nummer 22/000065-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedatum] 1976.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A.H. van Huijgevoort, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Procureur-Generaal J. Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 januari 2019.
Strafkamer
nr. S 17/02357
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 april 2017, nummer 22/000065-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedatum] 1976.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A.H. van Huijgevoort, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Procureur-Generaal J. Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 januari 2019.