Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1976
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:1976 → ECLI:NL:GHSHE:2018:443
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:1976 → ECLI:NL:PHR:2019:1072
Inhoudsindicatie
Uitkeringsfraude door jarenlang te verzwijgen dat verdachte in Frankrijk samenwoonde en gezamenlijke huishouding voerde met een ander, art. 227b Sr. Strafmotivering. Hof heeft in Frankrijk woonachtige verdachte veroordeeld tot gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, en daarbij overwogen dat een taakstraf niet tot de mogelijkheden behoort, nu verdachte woonachtig is in Frankrijk en hoogte van de op te leggen taakstraf alsdan onder de minimale duur voor overdracht komt te liggen. Heeft Hof mogelijkheid van tul van een taakstraf in ander EU-land miskend? HR: art. 81.1 RO. CAG: overweging Hof niet z.m. begrijpelijk, maar verdachte onvoldoende belang bij klacht omdat in h.b. niet is verzocht om oplegging taakstraf, doch slechts om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en te volstaan met voorwaardelijke straf.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2026:623 Parket bij de Hoge Raad 23-06-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (1.491 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 18/00696
Datum 17 december 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 januari 2018, nummer 20/003738-13, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2019.