Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1965

2019-12-17 Strafrecht 18/02978
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-12-17
Publicatiedatum
2019-12-12
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/02978
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/122 | JIN 2020/11 met annotatie van Oort, C. van

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Poging ontucht met misbruik van gezag/vertrouwen, art. 249 Sr. Slachtoffer is als patiënt naar de huisartsenpraktijk van verdachte gegaan voor medische behandeling. Bij die behandeling wilde slachtoffer tevens een lipvergroting laten uitvoeren door verdachte, waarbij zij toezeggingen heeft gemaakt dat verdachte met haar mocht doen wat hij wilde in ruil voor de lipbehandeling. Verdachte heeft tijdens dat bezoek geprobeerd om met naar beneden getrokken broek en onderbroek op slachtoffer te gaan liggen. Bevond slachtoffer zich (nog) in afhankelijkheidsrelatie t.o.v. verdachte als arts en was nog sprake van voor ontucht vereiste wederrechtelijkheid? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.586 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER





Nummer 18/02978

Datum 17 december 2019




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 juli 2018, nummer 22/004450-16, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben G. Spong, advocaat te Amsterdam, en C.W. Noorduyn, advocaat te ’s-Gravenhage, ieder bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman G. Spong heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2019.