Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1930

2019-12-10 Strafrecht 18/03349
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-12-10
Publicatiedatum
2019-12-10
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/03349
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/75

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto’s onder klager t.z.v. verdenking van heling. Beschikking Rb ten onrechte gewezen tegen vader van klager i.p.v. tegen klager? HR: art. 81.1 RO. CAG: Bestreden beschikking dient op dit punt verbeterd te worden gelezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.621 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER





Nummer 18/03349 B

Datum 10 december 2019




BESCHIKKING




op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 3 mei 2018, nummer RK 18/303, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend



door




[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de klager.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft R.D.J. Visschers, advocaat te Zutphen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2019.