Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1911

2019-12-06 Civiel recht 18/03953
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-12-06
Publicatiedatum
2019-12-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/03953
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/14

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Toerekenbare tekortkoming. Motiveringsklachten.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.268 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


CIVIELE KAMER



Nummer 18/03953

Datum 6 december 2019


ARREST


In de zaak van



[eiseres] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: mr. J. den Hoed,


tegen



[verweerster] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: mr. D. Rijpma.


1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:


de vonnissen in de zaak C/15/210889/HA ZA 14-59 van de rechtbank Noord-Holland van 2 april 2014, 10 september 2014 en 26 november 2014;


de arresten in de zaak 200.166.444/02 van het gerechtshof Amsterdam van 31 mei 2016 en 19 juni 2018.




[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 19 juni 2018 beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.



2Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing
De Hoge Raad:


verwerpt het beroep;


veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.





Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 6 december 2019.