Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1903

2019-12-10 Strafrecht 18/04167
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-12-10
Publicatiedatum
2019-12-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/04167
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/78

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Zware mishandeling door ander meermalen tegen hoofd te slaan, waardoor deze beschadiging aan gehoor en gebit heeft opgelopen, art. 302 Sr. Kon Hof bij beoordeling van bewijs (vaststelling dat aangever nog onder behandeling van tandarts staat) acht slaan op door medewerker van Slachtofferhulp Nederland ttz. in h.b. afgelegde verklaring, terwijl zij niet als getuige is beëdigd? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.523 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 18/04167

Datum 10 december 2019




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 30 maart 2018, nummer 23/003067-17, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954,
hierna: de verdachte.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2019.