Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1884
2019-12-03
Strafrecht
18/03175
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:1884 → ECLI:NL:PHR:2019:1262
Inhoudsindicatie
Profijtontneming. 1. Ontbreken bij de stukken van het geding van een deel van de randnrs. in de door de raadsman overgelegde pleitnota in h.b. 2. Ontneming na veroordeling gewoontewitwassen in de periode 2010-2014, w.v.v. uit “strafbare feiten, met name drugshandel”, toepassing art. 36e.2 of 3 (oud en nieuw) Sr. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/03172, 18/03535 en 18/03542 P.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2020:329 Parket bij de Hoge Raad 07-04-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:340 Parket bij de Hoge Raad 07-04-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (1.664 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/03175 P
Datum 3 december 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 10 juli 2018, nummer 22/002730-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de betrokkene.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben N. van Schaik en S.D. Groen, beiden advocaat te Utrecht, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 december 2019.
STRAFKAMER
Nummer 18/03175 P
Datum 3 december 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 10 juli 2018, nummer 22/002730-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de betrokkene.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben N. van Schaik en S.D. Groen, beiden advocaat te Utrecht, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 december 2019.