Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1782
2019-11-15
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
18/03847
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:1782 → ECLI:NL:GHARL:2018:6293 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:1782 → ECLI:NL:PHR:2019:877 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Pachtrecht. Procesrecht. Beëindiging pachtovereenkomst door verpachter. Geen bedrijfsmatige exploitatie van een agrarische onderneming; art. 7:312 BW. Vordering tot schadevergoeding in reconventie voor het eerst ingesteld in hoger beroep. Art. 353 lid 1 Rv.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:GHARL:2024:197 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-01-2024
- ECLI:NL:GHARL:2020:3746 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-05-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (2.056 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/03847
Datum 15 november 2019
ARREST
In de zaak van
[eiser] ,wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser] ,
advocaat: mr. A.H.H. Conradi-Vermeulen,
tegen
TORCKSVEEN VERWOLDE B.V.,gevestigd te Laren, gemeente Lochem,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Torcksveen,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 5135595 van de rechtbank Gelderland van 15 februari 2017 (verbeterd op 1 maart 2017);
b. de arresten in de zaak 200.213.371 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 januari 2018 en 10 juli 2018.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 10 juli 2018 beroep in cassatie ingesteld.
Torcksveen heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Torcksveen toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Torcksveen begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 15 november 2019.
CIVIELE KAMER
Nummer 18/03847
Datum 15 november 2019
ARREST
In de zaak van
[eiser] ,wonende te [woonplaats] ,
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser] ,
advocaat: mr. A.H.H. Conradi-Vermeulen,
tegen
TORCKSVEEN VERWOLDE B.V.,gevestigd te Laren, gemeente Lochem,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Torcksveen,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 5135595 van de rechtbank Gelderland van 15 februari 2017 (verbeterd op 1 maart 2017);
b. de arresten in de zaak 200.213.371 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 januari 2018 en 10 juli 2018.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 10 juli 2018 beroep in cassatie ingesteld.
Torcksveen heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Torcksveen toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Torcksveen begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 15 november 2019.