Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1693
2019-11-05
Strafrecht
18/00225
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:1693 → ECLI:NL:PHR:2019:1120
Inhoudsindicatie
Verlofverlening Rb aan R-C a.b.i. art. 552p.2 (oud) Sv n.a.v. verzoek om rechtshulp m.b.t. goederen en data van gegevensdragers t.b.v. verstrekking aan Belgische justitiële autoriteiten. Twee klagers. 1. Aanhoudingsverzoek en verweer dat de overdracht van elektronische gegevensdragers aan België leidt tot dreigende flagrante schending van art. 6 en 8 EVRM. 2. Geen middelen ingediend. Ad 1. HR: art. 81.1 RO. Ad 2. HR: betrokkene n-o. Samenhang met 18/00075 B en 18/00224 B.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:HR:2019:1694 Hoge Raad 05-11-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (2.462 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/00225 B
Datum 5 november 2019
BESCHIKKING
op de beroepen in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 2 januari 2018, nummers RK 17/2267 en RK 17/2269, op een vordering als bedoeld in art. 552p Sv, in de zaken
tegen
[klager 1],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
en
[klager 2],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de betrokkenen.
1Geding in cassatie
De beroepen zijn ingesteld door de betrokkenen. Namens [klager 2] zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. Namens [klager 1] heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. Deze schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [klager 2] in het ingestelde cassatieberoep. Ten aanzien van [klager 1] strekt de conclusie tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep van [klager 2]
Nu [klager 2] niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 447, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat [klager 2] in het beroep niet kan worden ontvangen.
3Beoordeling van het namens [klager 1] voorgestelde middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart [klager 2] niet-ontvankelijk in het beroep;
- verwerpt het beroep van [klager 1].
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 november 2019.
STRAFKAMER
Nummer 18/00225 B
Datum 5 november 2019
BESCHIKKING
op de beroepen in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 2 januari 2018, nummers RK 17/2267 en RK 17/2269, op een vordering als bedoeld in art. 552p Sv, in de zaken
tegen
[klager 1],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
en
[klager 2],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de betrokkenen.
1Geding in cassatie
De beroepen zijn ingesteld door de betrokkenen. Namens [klager 2] zijn geen middelen van cassatie voorgesteld. Namens [klager 1] heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. Deze schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [klager 2] in het ingestelde cassatieberoep. Ten aanzien van [klager 1] strekt de conclusie tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep van [klager 2]
Nu [klager 2] niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 447, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat [klager 2] in het beroep niet kan worden ontvangen.
3Beoordeling van het namens [klager 1] voorgestelde middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart [klager 2] niet-ontvankelijk in het beroep;
- verwerpt het beroep van [klager 1].
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 november 2019.