Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1641
2019-10-29
Strafrecht
18/00468
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:1641 → ECLI:NL:GHDHA:2017:4193 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:1641 → ECLI:NL:PHR:2019:1092
Inhoudsindicatie
Ontucht met minderjarige dochter, art. 245 Sr. Middelen over 1. ondervragingsrecht, art. 6 EVRM, doordat het hof verklaringen van aangeefster voor het bewijs heeft gebezigd, terwijl de verdachte haar in geen enkel stadium van het geding heeft kunnen (doen) ondervragen, en 2. Aanwezigheid van onvoldoende steunbewijs is, zodat niet is voldaan aan art. 342.2 Sv, unus testis. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:PHR:2022:351 Parket bij de Hoge Raad 12-04-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:194 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:109 Parket bij de Hoge Raad 15-02-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:280 Parket bij de Hoge Raad 23-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:456 Parket bij de Hoge Raad 12-05-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:154 Parket bij de Hoge Raad 18-02-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (1.533 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/00468
Datum 29 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 20 december 2017, nummer 22/002967-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,
hierna: de verdachte.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 oktober 2019.
STRAFKAMER
Nummer 18/00468
Datum 29 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 20 december 2017, nummer 22/002967-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,
hierna: de verdachte.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 oktober 2019.