Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1538

2019-10-08 Strafrecht 18/00269
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-10-08
Publicatiedatum
2019-10-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/00269
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/1098

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Opzetheling 2 laptops (art. 416.1.a Sr), diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1 Sr) en voorhanden hebben pepperspray (art. 26.1 WWM). Bewijsklacht opzetheling. Kan uit b.m. worden afgeleid dat verdachte t.t.v. verwerving of voorhanden krijgen van laptops wist dat deze van diefstal afkomstig waren, terwijl arrest geen nadere bewijsoverwegingen bevat? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/00085 en 18/00270.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.519 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER





Nummer 18/00269

Datum 8 oktober 2019




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 22 december 2017, nummer 21/000464-17, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Michels, advocaat te Oldenzaal, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2019.