Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1533
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:1533 → ECLI:NL:PHR:2019:820
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager t.z.v. verdenking van witwassen. Beklag ontvankelijk, nu Pr in hoofdzaak teruggave van auto aan klager heeft gelast? HR ambtshalve: In aanmerking genomen dat strafrechter reeds t.t.v. behandeling van beklag in raadkamer omtrent beslag in strafzaak tegen klager had beslist en zodoende op klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer kon volgen, had Rb klager n-o moeten verklaren in zijn klaagschrift. Dat in bestreden beschikking melding wordt gemaakt van omstandigheid dat OvJ tijdens behandeling in raadkamer heeft aangegeven dat OM tegen vonnis van Pr h.b. heeft ingesteld, maakt dit niet anders. HR doet wat Rb had behoren te doen en verklaart klager alsnog n-o in beklag. Vervolg op ECLI:NL:HR:2018:502.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2024:629 Parket bij de Hoge Raad 18-06-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (3.092 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 18/04338
Datum 8 oktober 2019
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West‑Brabant, zittingsplaats Breda, van 4 september 2018, nummer RK 16/1378, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de klager.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Het heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot de niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn klaagschrift.
2Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
2.1
Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West‑Brabant, zittingsplaats Breda, van 4 september 2018 waarbij een klaagschrift van de klager voor zover strekkende tot teruggave van een BMW met kenteken [kenteken] gegrond is verklaard.
2.2
Bij de stukken van het geding bevindt zich een afschrift van het mondelinge vonnis van de Politierechter van 12 juni 2018 in de strafzaak tegen de klager. Dit vonnis houdt, voor zover hier van belang, in:
“De politierechter gelast de teruggave van het inbeslaggenomen goed, te weten:
2016103215 1 1.00 STK Personenauto [kenteken]
BMW 6er Reihe 2004 Kl:zwart
G1530730
aan: verdachte”
2.3
In aanmerking genomen dat de strafrechter reeds ten tijde van de behandeling van het klaagschrift in raadkamer op 15 juni 2018 en 31 augustus 2018 omtrent het beslag in de strafzaak tegen de klager had beslist, en zodoende op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer kon volgen, had de Rechtbank de klager niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn klaagschrift. Dat in de bestreden beschikking melding wordt gemaakt van de omstandigheid dat de Officier van Justitie tijdens de behandeling in raadkamer heeft aangegeven dat het Openbaar Ministerie tegen voornoemd vonnis hoger beroep heeft ingesteld, maakt dit niet anders. De Hoge Raad zal doen wat de Rechtbank had behoren te doen en de klager alsnog niet-ontvankelijk verklaren in het beklag.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden beschikking;
- verklaart de klager alsnog niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2019.