Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1528
2019-10-04
Civiel recht
18/03005
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:1528 → ECLI:NL:GHDHA:2018:3949 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:1528 → ECLI:NL:PHR:2019:552 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Faillissementsrecht. Ongerechtvaardigde verrijking. Verpande vorderingen uit verzekeringsovereenkomst. Rechtskeuze Engels recht en niet-overdraagbaarheidsbeding naar Engels recht. Schadeuitkering en terugbetaling teveel betaalde premies.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.371 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/03005
Datum 4 oktober 2019
ARREST
In de zaak van
J.J. SCHELLING, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.wonende te Rotterdam,
EISER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: mr. M.E. Bruning,
tegen
1. COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,gevestigd te Utrecht,
2. CARINS B.V.,gevestigd te Rotterdam,
3. NOORD-NEDERLANDSE ASSURANTIEMAKELAARS B.V.,gevestigd te Groningen,
4. SCHEEPVAARTMAATSCHAPPIJ FOKKO B.V.,gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna gezamenlijk: Rabobank c.s.,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/10/481075/HA ZA 15-784 van de rechtbank Rotterdam van 6 april 2016;
b. het arrest in de zaak 200.194.625/01 van het gerechtshof Den Haag van 10 april 2018.
De curator heeft tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 april 2018 beroep in cassatie ingesteld. Rabobank c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Rabobank c.s. toegelicht door hun advocaat en mede door mr. P.E. Ernste.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank c.s. begroot op € 6.632,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 4 oktober 2019.
CIVIELE KAMER
Nummer 18/03005
Datum 4 oktober 2019
ARREST
In de zaak van
J.J. SCHELLING, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.wonende te Rotterdam,
EISER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: mr. M.E. Bruning,
tegen
1. COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,gevestigd te Utrecht,
2. CARINS B.V.,gevestigd te Rotterdam,
3. NOORD-NEDERLANDSE ASSURANTIEMAKELAARS B.V.,gevestigd te Groningen,
4. SCHEEPVAARTMAATSCHAPPIJ FOKKO B.V.,gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna gezamenlijk: Rabobank c.s.,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/10/481075/HA ZA 15-784 van de rechtbank Rotterdam van 6 april 2016;
b. het arrest in de zaak 200.194.625/01 van het gerechtshof Den Haag van 10 april 2018.
De curator heeft tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 april 2018 beroep in cassatie ingesteld. Rabobank c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Rabobank c.s. toegelicht door hun advocaat en mede door mr. P.E. Ernste.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank c.s. begroot op € 6.632,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 4 oktober 2019.