Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1514

2019-10-04 Bestuursrecht; Belastingrecht 19/02318
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-10-04
Publicatiedatum
2019-10-02
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
19/02318
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2019/2310 | V-N 2019/51.30.8 | FutD 2019-2572 | Viditax (FutD) 2019100420

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.609 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


BELASTINGKAMER



Nummer 19/02318

Datum 4 oktober 2019



ARREST



in de zaak van



[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)


tegen


de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN


op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 17 april 2019, nrs. BK-18/00396 en 18/00398, betreffende een door belanghebbende gedaan verzoek om een veroordeling in de proceskosten.




1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het beroep in cassatie heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep in cassatie of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.




2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2019.