Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1487

2019-10-01 Strafrecht 18/00235
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-10-01
Publicatiedatum
2019-10-01
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/00235
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/1043

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Bedreiging met enig misdrijf tegen leven gericht (art. 285 Sr). Klachten dat 1. In door Hof bevestigde vonnis van Pr tlgd. feiten niet zijn opgenomen, 2. Uit gebezigde b.m. niet bewezenverklaarde pleegdatum en -plaats kunnen worden afgeleid en 3. bewezenverklaarde in strijd met art. 342.2 Sv berust op uitsluitend één verklaring. HR: art. 81 lid 1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.505 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER




Nummer 18/00235

Datum 1 oktober 2019



ARREST



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 2 januari 2018, nummer 21/000807-17, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de verdachte.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Procureur-Generaal J. Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2019.