Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1467
2019-10-01
Strafrecht
17/05695
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:1467 → ECLI:NL:GHAMS:2017:4790 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:1467 → ECLI:NL:PHR:2019:996
Inhoudsindicatie
Bedreiging (art. 285.1 Sr) en verleiding door als 31/32-jarige assistent filiaalmanager van supermarkt gedurende aantal maanden ontucht te plegen met destijds 16/17-jarige caissière (art. 248a Sr). 1. Bewijsklacht bedreiging. Konden uitlatingen en gedragingen van verdachte bij aangeefster in redelijkheid vrees doen ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen? 2. Bewijsklacht verleiding. Kan uit gebezigde bewijsvoering volgen dat verdachte “door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht” aangeefster “opzettelijk heeft bewogen” tot dulden/plegen van ontuchtige handelingen? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.502 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 17/05695
Datum 1 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 21 november 2017, nummer 23/001032-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.J.G.J. Cornelissen, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2019.
STRAFKAMER
Nummer 17/05695
Datum 1 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 21 november 2017, nummer 23/001032-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.J.G.J. Cornelissen, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2019.