Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1453

2019-10-01 Strafrecht 17/05536
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-10-01
Publicatiedatum
2019-09-26
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/05536
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/1034

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) door brieven van Dienst Justis zodanig te vervalsen dat daarin stond vermeld dat hem gratie was verleend zodat hem de uitkering en toeslag, die waren stopgezet toen hij gedetineerd raakte, werden uitgekeerd. Klacht over afwijzing aanhoudingsverzoek op grond dat niet aannemelijk is dat verdachte uit medisch oogpunt niet in staat is ttz. in h.b. aanwezig te zijn. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.599 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 17/05536

Datum 1 oktober 2019




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 november 2017, nummer 20/001821-15, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953,
hierna: de verdachte.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben C.M.H. van Vliet en H. Sytema, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2019.