Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1166
2019-07-12
Civiel recht; Personen- en familierecht
18/04321
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:1166 → ECLI:NL:GHARL:2018:6416 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:1166 → ECLI:NL:PHR:2019:771 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Procesrecht. Vervangende toestemming tot erkenning van kind. Art. 1:204 lid 3 BW. Schending hoor en wederhoor?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.171 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/04321
Datum 12 juli 2019
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw] ,wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
tegen
[de man] ,wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
niet verschenen,
en
Kristel L. OLTHOF, in haar hoedanigheid van bijzonder curator over de minderjarige
[het kind] ,kantoorhoudende te Bussum,
BELANGHEBBENDE in cassatie,
hierna: de bijzonder curator,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikkingen in de zaken 392366, 392372 en 392373 van de rechtbank Midden-Nederland van 10 december 2015 en 16 mei 2017;
de beschikking in de zaak 200.222.645 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2018.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit. De man en de bijzonder curator hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 12 juli 2019.
CIVIELE KAMER
Nummer 18/04321
Datum 12 juli 2019
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw] ,wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
tegen
[de man] ,wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
niet verschenen,
en
Kristel L. OLTHOF, in haar hoedanigheid van bijzonder curator over de minderjarige
[het kind] ,kantoorhoudende te Bussum,
BELANGHEBBENDE in cassatie,
hierna: de bijzonder curator,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikkingen in de zaken 392366, 392372 en 392373 van de rechtbank Midden-Nederland van 10 december 2015 en 16 mei 2017;
de beschikking in de zaak 200.222.645 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2018.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit. De man en de bijzonder curator hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 12 juli 2019.