Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1164

2019-07-09 Strafrecht 18/00680
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-07-09
Publicatiedatum
2019-07-09
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/00680
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/889

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Voorwaardelijk getuigenverzoek waarop niet is beslist, art. 315 jo. art. 328 jo. art. 415 Sv. CAG: de aan het voorwaardelijk getuigenverzoek gestelde voorwaarde is niet vervuld waardoor een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek niet is vereist. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.605 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 18/00680

Datum 9 juli 2019




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 november 2017, nummer 21/006631-16, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.