Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1148

2019-07-09 Strafrecht 18/05044
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-07-09
Publicatiedatum
2019-07-08
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/05044
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/894

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Jeugdzaak. Openlijke geweldpleging, art. 141.1 Sr. Kon Hof in strafmaat betrekken dat slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, terwijl verdachte is vrijgesproken van strafverzwarende omstandigheid ex art 141.2 Sr? HR: art. 81.1 RO. CAG: Kennelijk heeft Hof geoordeeld dat weliswaar niet bewezen kan worden verklaard dat verdachte zelf letsel bij slachtoffer heeft veroorzaakt waardoor strafverzwarende omstandigheden van art. 141.2 Sr buiten beschouwing dienen te blijven maar dat gevolgen van groepsgeweld - binnen de grenzen van art. 141.1 Sr - wél ernst van ten laste van verdachte bewezenverklaarde inkleuren en mogen worden betrokken bij bepaling van straf.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.589 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 18/05044

Datum 9 juli 2019




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 23 oktober 2018, nummer 21/002536-17, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.