Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1139
2019-07-09
Strafrecht
18/00070
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:1139 → ECLI:NL:GHAMS:2017:5468 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:1139 → ECLI:NL:PHR:2019:759
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Hof heeft bij schatting w.v.v. oogst betrokken die heeft plaatsgevonden vóór bewezenverklaarde periode. ’s Hofs oordeel dat betrokkene d.m.v. of uit baten van bewezenverklaard feit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen begrijpelijk? HR: art. 81.1 RO. CAG: Verbeterde lezing uitspraak Hof, in die zin dat “door middel van of uit baten van het bewezenverklaarde feit” wordt gelezen als “uit het bewezenverklaarde handelen en andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan”.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2021:27 Parket bij de Hoge Raad 12-01-2021
Volledige tekst
Volledige tekst (1.574 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/00070
Datum 9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 20 december 2017, nummer 23/003205-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de betrokkene.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.
STRAFKAMER
Nummer 18/00070
Datum 9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 20 december 2017, nummer 23/003205-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de betrokkene.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.