Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:1108
2019-07-05
Bestuursrecht; Belastingrecht
18/05286
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:1108 → ECLI:NL:GHSHE:2018:4633
Inhoudsindicatie
Klachten over de belasting van vermogensrendement (box 3), belastingjaar 2015, HR verwijst naar de arresten van 12 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:816 en ECLI:NL:HR:2019:817.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2019:816 Hoge Raad 14-06-2019
Geciteerd door (33)
- ECLI:NL:RBZWB:2023:1 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 04-01-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2022:2253 Gerechtshof Den Haag 03-11-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:2254 Gerechtshof Den Haag 03-11-2022
- ECLI:NL:RBNHO:2022:9255 Rechtbank Noord-Holland 07-10-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1744 Gerechtshof Den Haag 18-08-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1745 Gerechtshof Den Haag 18-08-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1893 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19-05-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1892 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19-05-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2022:803 Gerechtshof Amsterdam 15-03-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2022:804 Gerechtshof Amsterdam 15-03-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2021:13666 Rechtbank Den Haag 07-12-2021
- ECLI:NL:RBDHA:2021:13665 Rechtbank Den Haag 07-12-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1875 Gerechtshof Den Haag 06-10-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:293 Parket bij de Hoge Raad 25-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:293 Parket bij de Hoge Raad 25-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:293 Parket bij de Hoge Raad 25-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:293 Parket bij de Hoge Raad 25-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:293 Parket bij de Hoge Raad 25-03-2021
- ECLI:NL:RBNHO:2020:9094 Rechtbank Noord-Holland 30-10-2020
- ECLI:NL:RBNHO:2020:9098 Rechtbank Noord-Holland 30-10-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:5436 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14-07-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:2000 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 02-07-2020
- ECLI:NL:RBZWB:2020:2372 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28-05-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:211 Parket bij de Hoge Raad 05-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:211 Parket bij de Hoge Raad 05-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:186 Parket bij de Hoge Raad 27-02-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:186 Parket bij de Hoge Raad 27-02-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:186 Parket bij de Hoge Raad 27-02-2020
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3425 Gerechtshof Den Haag 18-12-2019
- ECLI:NL:RBZWB:2019:6112 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-11-2019
- ECLI:NL:RBZWB:2019:6112 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-11-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:7700 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24-09-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:5836 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16-07-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.971 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 18/05286
Datum 5 juli 2019
ARREST
In de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 november 2018, nr. 17/00217, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. 16/9428) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie en de arresten van de Hoge Raad van 14 juni 2019, gepubliceerd onder de nummers ECLI:NL:HR:2019:816 en ECL:NL:HR:2019:817, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2019.
BELASTINGKAMER
Nummer 18/05286
Datum 5 juli 2019
ARREST
In de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 november 2018, nr. 17/00217, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. 16/9428) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie en de arresten van de Hoge Raad van 14 juni 2019, gepubliceerd onder de nummers ECLI:NL:HR:2019:816 en ECL:NL:HR:2019:817, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2019.