Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1064

2019-07-02 Strafrecht 17/03862
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-07-02
Publicatiedatum
2019-07-01
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/03862
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/825 | EeR 2019, afl. 5, p. 204

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

(Poging) gekwalificeerde diefstal, art. 311.1.5. Woninginbraak waarbij raam is ingeslagen en poging woningbraak waarbij glas van balkondeur werd gebroken en deur werd geforceerd. Middelen m.b.t. uos match tussen DNA van de sporen en DNA van verdachte en bewijsklacht dat niet uitgesloten is dat op plaats delict aangetroffen celmateriaal (bloed) geen daderspoor betreft. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.551 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN





STRAFKAMER







Nummer 17/03862

Datum 2 juli 2019





ARREST





op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 30 juni 2017, nummer 21/003248-16, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de verdachte.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.M. Peeperkorn, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2019.