Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:1031

2019-06-25 Strafrecht 17/04978
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-06-25
Publicatiedatum
2019-06-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/04978
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/810

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Mishandeling door op straat in Amsterdam ander tegen hoofd te slaan, art. 300.1 Sr. 1. Denaturering van verklaring van verbalisant. 2. Gebruik voor bewijs van verklaring van aangeefster t.o.v. politie, terwijl verdachte niet in gelegenheid is geweest haar te ondervragen en Hof verzoek haar op tz. te horen heeft afgewezen. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.572 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN







STRAFKAMER







Nummer 17/04978

Datum 25 juni 2019





ARREST





op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 september 2017, nummer 23/004632-14, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2019.