Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:984

2018-07-10 Strafrecht 16/05597
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-07-10
Publicatiedatum
2018-06-22
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
16/05597
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW2018/943

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen gekwalificeerde diefstal, art. 311.1 onder 4 en 5 Sr. Klacht dat verzuimd is te responderen op verweer m.b.t. overschrijding redelijke termijn in h.b. Leidt verzuim aan te geven in welke mate straf is verlaagd wegens overschrijding redelijke termijn tot cassatie? HR: art. 80a RO. CAG: Hof heeft in zijn strafmotivering verwezen naar het tijdsverloop en tot uitdrukking gebracht dat het daarin (mede) aanleiding heeft gezien de straf te matigen, waarbij Hof heeft verwezen naar pleidooi verdediging. Samenhang met 16/05594 en 16/05596.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.790 tekens)
10 juli 2018
Strafkamer
nr. S 16/05597
AJ



Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 3 november 2016, nummer 21/003985-14, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.





2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep


De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.




3. Beslissing


De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2018.