Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:760
2018-05-25
Bestuursrecht; Belastingrecht
17/03951
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Zie 17/03950 (ECLI:NL:HR:2018:625).
Citeert (2)
- ECLI:NL:PHR:2018:218 Parket bij de Hoge Raad 06-03-2018
- ECLI:NL:HR:2018:625 Hoge Raad 25-05-2018
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.800 tekens)
25 mei 2018
nr. 17/03951
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 6 juli 2017, nr. 16/00133, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 15/3397) betreffende de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Uithoorn voor het jaar 2015 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Uithoorn heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 6 maart 2018 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2018:218).
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de klachten
De klachten falen op grond van hetgeen is overwogen in het heden in de zaak met nummer 17/03950 tussen dezelfde partijen uitgesproken arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:625).
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren J.A.C.A. Overgaauw, Th. Groeneveld, J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2018.
nr. 17/03951
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 6 juli 2017, nr. 16/00133, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 15/3397) betreffende de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Uithoorn voor het jaar 2015 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Uithoorn heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 6 maart 2018 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2018:218).
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de klachten
De klachten falen op grond van hetgeen is overwogen in het heden in de zaak met nummer 17/03950 tussen dezelfde partijen uitgesproken arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:625).
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren J.A.C.A. Overgaauw, Th. Groeneveld, J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2018.