Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:756

2018-05-22 Strafrecht 17/01587
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-05-22
Publicatiedatum
2018-05-23
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
17/01587
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2018/651 | SR-Updates.nl 2018-0227

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder vader van klager, terwijl auto na ongegrondverklaring beklag door Rb is afgegeven aan verzekeraar. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 134.2.a Sv. Het beslag is inmiddels beëindigd zodat klager niet in het cassatieberoep kan worden ontvangen. Daarbij neemt HR in aanmerking dat klager niet tevens de beslagene is, zodat i.c. de regeling van art. 116.3 Sv niet van toepassing is.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (4)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.588 tekens)
22 mei 2018
Strafkamer
nr. S 17/01587 B
ES


Hoge Raad der Nederlanden



Beschikking



op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 8 november 2016, nummer RK 16/1167, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:



[klager]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft R.T.A.G. Keller, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd dat de klager niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.





2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep


2.1.
In de bestreden beschikking ligt – mede in aanmerking genomen dat de Rechtbank de vader van de klager als belanghebbende in de zin van art. 552a, vijfde lid eerste volzin, Sv heeft aangeduid – als haar vaststelling besloten dat de auto, merk Porsche, onder de vader van de klager in beslag is genomen. De Rechtbank heeft het klaagschrift van de klager strekkende tot teruggave aan hem van de inbeslaggenomen auto ongegrond verklaard.



2.2.
Uit door de Advocaat-Generaal ingewonnen inlichtingen blijkt dat de inbeslaggenomen auto op 11 september 2017 is teruggegeven aan Kravag-allgemeine Versicherungs-AG.



2.3.

Art. 134, tweede lid, Sv luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
"Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
a. het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggeven, dan wel de waarde daarvan wordt uitbetaald."




2.4.
Gelet op het voorgaande is het beslag inmiddels beëindigd zodat de klager niet in het cassatieberoep kan worden ontvangen. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat de klager niet tevens de beslagene is, zodat te dezen de regeling van art. 116, derde lid, Sv niet van toepassing is.





3Beslissing


De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.



Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2018.