Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:753

2018-05-22 Strafrecht 16/04761
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-05-22
Publicatiedatum
2018-05-23
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
16/04761
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2018/644

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Profijtontneming. Niet-ontvankelijkverklaring betrokkene in h.b. op de grond dat h.b. na in persoon betekening oproeping e.a. te laat is ingesteld, art. 408.1.a jo. 511g.2 Sv. Verschoonbare termijnoverschrijding t.g.v. niet-naleving art. 51 (oud) Sv in e.a.? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/04762.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.481 tekens)
22 mei 2018
Strafkamer
nr. S 16/04761 P
SA/ARA


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 31 augustus 2016, nummer 22/000042-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:



[betrokkene]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het middel


Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2018.