Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:751

2018-05-22 Strafrecht 16/04547
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-05-22
Publicatiedatum
2018-05-22
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
16/04547
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2018/643

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen bedreiging door met gaspistool achter anderen aan te rennen en in de lucht te schieten, art. 285.1 Sr. Noodweer(exces). HR: art. 81.1 RO. CAG: Verwerping beroep op noodweer heeft feitelijke grondslag. Hof heeft niet aannemelijk bevonden dat aangevers zich bij woning van verdachte vertoonden met wapens. Dat oordeel is, gelet op ‘s Hofs uit b.m. blijkende vaststellingen, niet onbegrijpelijk. Samenhang met 16/04859.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.448 tekens)
22 mei 2018
Strafkamer
nr. S 16/04547
IV/EC


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 25 augustus 2016, nummer 21/004652-13, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J. Bussink, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.






2Beoordeling van de middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2018.