Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:736
2018-05-22
Strafrecht
17/03406
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:736 → ECLI:NL:PHR:2018:482
Inhoudsindicatie
Zedendelicten (art. 240a, 240b, 245 en 248a Sr). Middelen over schending bewijsminimum 341.4 Sv, uos onbetrouwbaarheid verklaring verdachte, oplegging TBS terwijl het rapport van het PBC eerder dan een jaar voor de aanvang van de tz. is gedagtekend zonder dat daartoe uitdrukkelijke toestemming van het OM en verdachte verkregen was (art. 37.2 Sr) en afwijzing voorwaardelijk verzoek van verdediging tot het verrichten van een tegenonderzoek. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2026:615 Parket bij de Hoge Raad 23-06-2026
- ECLI:NL:RBROT:2024:11517 Rechtbank Rotterdam 20-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2021:167 Parket bij de Hoge Raad 02-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:636 Parket bij de Hoge Raad 30-06-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (1.417 tekens)
22 mei 2018
Strafkamer
nr. S 17/03406
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 3 juli 2017, nummer 21/001847-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2018.
Strafkamer
nr. S 17/03406
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 3 juli 2017, nummer 21/001847-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2018.