Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:709

2018-05-15 Strafrecht 16/04462
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-05-15
Publicatiedatum
2018-05-15
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
16/04462
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2018/614

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Wegmaken van een bromfiets door deze ergens anders neer te zetten. Art. 350 Sr. HR: art. 81.1 RO. CAG: oordeel Hof dat verdachte, door de bromfiets van A op een voor A onbekende plaats neer te zetten terwijl A zijn bromfiets niet terug zou kunnen vinden zonder hulp van verdachte, de betreffende bromfiets heeft “weggemaakt” i.d.z.v. art. 350 Sr is toereikend gemotiveerd. Voorts heeft het Hof uit de verklaringen van verdachte kunnen afleiden dat verdachte met (vol) opzet de bromfiets heeft weggemaakt.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.399 tekens)
15 mei 2018
Strafkamer
nr. S 16/04462
SK

Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 augustus 2016, nummer 20/000192-15, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het middel


Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 mei 2018.