Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:489

2018-04-03 Strafrecht 17/00263
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-04-03
Publicatiedatum
2018-04-03
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/00263
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2018/512

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen woningoverval. Falende middelen over gebruik voor bewijs van verklaring getuige die verdediging niet heeft kunnen ondervragen, niet ambtshalve horen van personen als getuige en afwijking uos m.b.t. betrokkenheid verdachte bij overval. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/05323, 16/05509, 16/05534 en 17/01703.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.565 tekens)
3 april 2018
Strafkamer
nr. S 17/00263
AJ


Hoge Raad der Nederlanden




Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 26 oktober 2016, nummer 23/001708-15, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. Bij aanvullende schriftuur heeft de raadsman het eerste middel nader toegelicht. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.





2Beoordeling van de middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 april 2018.