Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:483
2018-03-30
Civiel recht; Personen- en familierecht
17/02850
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2018:483 → ECLI:NL:GHDHA:2017:2311 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:483 → ECLI:NL:PHR:2018:77 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Wijziging gezag en omgangsregeling.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2025:981 Parket bij de Hoge Raad 12-09-2025
- ECLI:NL:PHR:2018:1000 Parket bij de Hoge Raad 19-06-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1009 Parket bij de Hoge Raad 19-06-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:691 Parket bij de Hoge Raad 15-06-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (2.627 tekens)
30 maart 2018
Eerste Kamer
17/02850
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de moeder],wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
t e g e n
[de vader],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
en
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, LOCATIE DEN HAAG,gevestigd te Den Haag,
BELANGHEBBENDE in cassatie,
advocaat: mr. M.M. Van Asperen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder, de vader en de raad.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak C/09/496860 van de rechtbank Den Haag van 22 april 2016 en 7 juni 2016;
b. de beschikking in de zaak 200.198.629/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 maart 2017;
c. de beschikking in de zaken 200.198.625/01 en 200.198.625/02 van het gerechtshof Den Haag van 15 maart 2017.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft een verweerschrift ingediend. Dit verweerschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426b lid 3 Rv, omdat het niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. De vader heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om dit verzuim te herstellen. Derhalve heeft de Hoge Raad het verweerschrift terzijde gelegd.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van de cassatieberoepen.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 30 maart 2018.
Eerste Kamer
17/02850
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de moeder],wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
t e g e n
[de vader],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
en
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, LOCATIE DEN HAAG,gevestigd te Den Haag,
BELANGHEBBENDE in cassatie,
advocaat: mr. M.M. Van Asperen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder, de vader en de raad.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak C/09/496860 van de rechtbank Den Haag van 22 april 2016 en 7 juni 2016;
b. de beschikking in de zaak 200.198.629/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 maart 2017;
c. de beschikking in de zaken 200.198.625/01 en 200.198.625/02 van het gerechtshof Den Haag van 15 maart 2017.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft een verweerschrift ingediend. Dit verweerschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426b lid 3 Rv, omdat het niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. De vader heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om dit verzuim te herstellen. Derhalve heeft de Hoge Raad het verweerschrift terzijde gelegd.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van de cassatieberoepen.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 30 maart 2018.