Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:433
2018-03-27
Strafrecht
16/02134
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:433 → ECLI:NL:PHR:2018:235
Inhoudsindicatie
Meerdaadse samenloop van zware mishandeling en openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge, waarbij het slachtoffer met veel kracht tegen het hoofd is geslagen waardoor het slachtoffer ten val kwam. Art. 141 en 302 Sr. Middelen m.b.t. opzet op zware mishandeling en noodweer. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:PHR:2026:210 Parket bij de Hoge Raad 03-03-2026
- ECLI:NL:PHR:2022:892 Parket bij de Hoge Raad 04-10-2022
- ECLI:NL:PHR:2019:1250 Parket bij de Hoge Raad 03-12-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1195 Parket bij de Hoge Raad 24-09-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:507 Parket bij de Hoge Raad 19-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:471 Parket bij de Hoge Raad 22-05-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.521 tekens)
27 maart 2018
Strafkamer
nr. S 16/02134
EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 1 april 2016, nummer 21/005288-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Lammers, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 maart 2018.
Strafkamer
nr. S 16/02134
EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 1 april 2016, nummer 21/005288-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Lammers, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 maart 2018.