Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:39

2018-01-16 Strafrecht 16/01340
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-01-16
Publicatiedatum
2018-01-16
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
16/01340
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2018/173

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Aanwezigheidsrecht. Uit telefonisch contact tussen griffier Hof en advocatenkantoor blijkt dat zittingsdatum h.b. onjuist is aangetekend in kantooragenda, dat raadsman langdurig ziek is en zijn zaken heeft overgedragen maar dat niet kan worden gezegd aan wie, terwijl uit aan cassatieschriftuur gehechte stukken volgt dat raadsman is geschrapt als advocaat. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/01341.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.467 tekens)
16 januari 2018
Strafkamer
nr. S 16/01340
AGE/LBS


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, Enkelvoudige Kamer, van 23 februari 2016, nummer 20/003384-15, in de strafzaak tegen:




[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.





1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. Gijsen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2018.