Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:379

2018-03-20 Strafrecht 17/01541
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-03-20
Publicatiedatum
2018-03-20
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/01541
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2018/439

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Overval op een tankstation in Borne, waarbij verdachte en medeverdachte als Zwarte Piet waren verkleed (‘Zwarte Piet’-overval). Falende middelen over het oordeel van het Hof dat verdachte als medeplichtige aan de overval kan worden aangemerkt en de toewijzing door het Hof van de vorderingen van b.p. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.499 tekens)
20 maart 2018
Strafkamer
nr. S 17/01541
APO/EC

Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 19 december 2016, nummer 21/003914-16, in de strafzaak tegen:




[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995.





1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben G.G.J. Knoops, E. Vogelvang en N.M.K. Damen, allen advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.





2Beoordeling van de middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 maart 2018.