Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:312
2018-03-09
Civiel recht
17/01937
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2018:312 → ECLI:NL:GHSHE:2017:150 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:312 → ECLI:NL:PHR:2018:38 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Kinder- en partneralimentatie. Vaststelling behoefte. Door hof gehanteerde referentieperiode van 1 jaar. Toepassing ‘hofnorm’.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2024:1152 Parket bij de Hoge Raad 01-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2021:220 Parket bij de Hoge Raad 05-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:220 Parket bij de Hoge Raad 05-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:1107 Parket bij de Hoge Raad 13-11-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (2.099 tekens)
9 maart 2018
Eerste Kamer
17/01937
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.J.G. Janssen,
t e g e n
[de vrouw],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak C/03/204079/FA RK 15-975 van de rechtbank Limburg van 28 oktober 2015 en 1 december 2015;
b. de beschikking in de zaak 200.184.914/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 19 januari 2017.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de man heeft bij brief van 18 januari 2018 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 9 maart 2018.
Eerste Kamer
17/01937
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.J.G. Janssen,
t e g e n
[de vrouw],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak C/03/204079/FA RK 15-975 van de rechtbank Limburg van 28 oktober 2015 en 1 december 2015;
b. de beschikking in de zaak 200.184.914/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 19 januari 2017.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de man heeft bij brief van 18 januari 2018 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 9 maart 2018.