Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:271
2018-02-23
Bestuursrecht; Belastingrecht
17/03166
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2018:271 → ECLI:NL:GHARL:2017:4957
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:RBNNE:2023:1258 Rechtbank Noord-Nederland 06-04-2023
- ECLI:NL:PHR:2020:685 Parket bij de Hoge Raad 09-07-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:685 Parket bij de Hoge Raad 09-07-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:685 Parket bij de Hoge Raad 09-07-2020
- ECLI:NL:GHAMS:2019:3996 Gerechtshof Amsterdam 15-10-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2018:3156 Rechtbank Noord-Holland 13-04-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.588 tekens)
23 februari 2018
Nr. 17/03166
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van Stichting [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juni 2017, nr. 15/01488, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 13/1204) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2012 opgelegde aanslagen in de rioolheffing van de gemeente Hoogeveen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van het middel
De middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2018.
Nr. 17/03166
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van Stichting [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juni 2017, nr. 15/01488, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 13/1204) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2012 opgelegde aanslagen in de rioolheffing van de gemeente Hoogeveen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van het middel
De middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2018.