Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:2385
2018-12-21
Civiel recht
18/00460
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2018:2385 → ECLI:NL:GHARL:2017:9388
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:2385 → ECLI:NL:PHR:2018:1409
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad; verzekeringsrecht. Verzekeraar weigert uitkering onder opstalverzekering. Aansprakelijkheid assurantietussenpersoon (bank) wegens schending zorgplicht. Beroep bank op eigen schuld verzekeringnemer door melding aan verzekeraar achterwege te laten; art. 6:101 BW.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (11)
- ECLI:NL:PHR:2024:530 Parket bij de Hoge Raad 17-05-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:530 Parket bij de Hoge Raad 17-05-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:258 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:258 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2024
- ECLI:NL:GHARL:2023:1290 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14-02-2023
- ECLI:NL:GHARL:2023:1290 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14-02-2023
- ECLI:NL:PHR:2020:1230 Parket bij de Hoge Raad 04-12-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:688 Parket bij de Hoge Raad 19-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:688 Parket bij de Hoge Raad 19-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:39 Parket bij de Hoge Raad 17-01-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:826 Parket bij de Hoge Raad 05-07-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (2.623 tekens)
21 december 2018
Eerste Kamer
18/00460
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,
t e g e n
[verweerster],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Rabobank en [verweerster].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/08/124602 HA ZA 11-705 van de rechtbank Overijssel van 17 april 2013 en 27 november 2013;
b. de arresten in de zaak 200.139.941 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 juli 2015, 28 februari 2017 en 31 oktober 2017.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft Rabobank beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Rabobank mede door mr. B.M.H. Fleuren en voor [verweerster] mede door mr. M.H.K. Jansen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Rabobank heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Rabobank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Rabobank deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 21 december 2018.
Eerste Kamer
18/00460
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,
t e g e n
[verweerster],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Rabobank en [verweerster].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/08/124602 HA ZA 11-705 van de rechtbank Overijssel van 17 april 2013 en 27 november 2013;
b. de arresten in de zaak 200.139.941 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 juli 2015, 28 februari 2017 en 31 oktober 2017.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft Rabobank beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Rabobank mede door mr. B.M.H. Fleuren en voor [verweerster] mede door mr. M.H.K. Jansen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Rabobank heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Rabobank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Rabobank deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 21 december 2018.